Er wordt uiteengezet waarom het broeikaseffect tot verwarming in de troposfeer en tot afkoeling in de stratosfeer leidt. Dit wordt gedaan aan de hand van generieke overwegingen met betrekking tot atmosfeeropbouw en van vervaltijden van aangeslagen toestanden van moleculen in de atmosfeer.
Lichtende-nachtwolken situaties gaan gepaard met een abnormaal heldere schemering. Dit omdat de mesosfeer (~80 km hoog) andere deeltjes dan luchtmoleculen bevat en daardoor het zonlicht veel sterker verstrooit dan normaal. Dit is vastgelegd in twee foto’s. De ene is opgenomen op 2 juli 2009, een lichtende-nachtwolken nacht, om 2:55 MEZT; de andere de volgende nacht (géén lichtende nachtwolken), op hetzelfde tijdstip en in dezelfde richting. Het verschil in helderheid tussen de twee situaties is een factor 5. (Dit artikeltje is onderdeel van het artikel ‘Spectaculaire toename lichtende nachtwolken' in de Zenitrubriek 'Amateurs actief').
Het betreffende het fotopaar is door Zenit uitgeroepen tot ‘foto van de maand’.
Mistlaag met glorie, van boven gezien vanaf de 213-m mast te Cabauw (foto)
In de winter van1976 zijn Harry Otten en ik door de inversie van 11 graden op 200 m hoogte geklommen en keken daar neer op een serene egale mistlaag met een glorie rond onze schaduw. De foto is door een polarisatiefilter genomen.
Noodweer (interview met ondermeer G. P. Können)
De interviewer vroeg zich af of het nu echt vaker dan vroeger noodweer is en hoe het nu staat met al die rampen die de pers halen. Antwoord: een hoop van die rampen zijn deels terug te voeren op wanbeleid (te lage dijken, bijvoorbeeld), maar het is altijd plezierig als je de natuur in plaats van de mens de schuld van kan geven.
Empirical methodes in short-term climate prediction, door Huug van den Dool (boekbespreking)
Dit boek geeft een meer dan voortreffelijk overzicht van de methoden die ter beschikking staan om weersverwachtingen te komen van een maand tot een jaar vooruit. Het is geschreven door een Amerikaans-Nederlandse topmeteoroloog die deze methoden niet alleen ontwikkeld heeft, maar ook in de praktijk heeft toegepast (zie ook de boekbespreking in Zenit 35, 347 (2009)).
In dit artikel laten wij het licht schijnen over een pas ontdekte zeldzame klasse van buitengewoon hevige stormen. Deze superstromen zijn niet ‘gewoon' extreem, maar over-extreem. Wat daarmee bedoeld wordt, zal na lezing van onderstaande duidelijk worden.
In het stuk van D. Schreuder in Zenit over Hollands Wolkenluchten worden twee ontstaansvoorwaarden niet genoemd, te weten de vlakheid van het landschap en het monotone karakter ervan. Deze factoren trekken het oog naar de lucht vlak boven de horizon, waar de wolkenlucht het fraaist is.
Hollands licht: de mythe en de werkelijkheid (film)
Video BZAV0117 DVD (2004)
link: Click here
Volgens een oude mythe heeft Hollands licht buitengewone kwaliteiten. Het is het legendarische schijnsel op 17e eeuwse schilderijen. In hoeverre dit alles reëel is, wordt door een aantal personen besproken. Mijn verklaring is dat Hollands licht op een contrasteffect berust, veroorzaakt door het eentonige en vlakke Nederlandse landschap dat er voor zorgt dat het oog zich al snel op de hemel op de hemel richt, waar verre wolken vlak bij de horizon een spectaculair aanblik kunnen vertonen (versies in Engels, Nederland, Duits, Frans en Spaans).
NB: Deze documentaire is in 2003 bekroond met een Gouden Kalf
Het wordt warmer, maar we krijgen geen Middellandse Zee klimaat. Want tegelijkertijd zal de neerslag toenemen. Nederland zal bedompter, benauwder en klammer worden (interview met Plus).
Projectie van de Elbe-zomerneerslag op de Rijn en Maas: onderzoek naar aanleiding van de recente overstromingen in Midden-Europa
Hevige regenval leidde in augustus 2002 tot overstromingen in Duitsland, Tsjechie, en Oostenrijk. Uitgezocht is wat er in Nederland gebeurd zou zijn als deze neerslag in het Rijn- of Maasbekken terecht was gekomen. Hoewel afvoer van deze rivieren hoog geweest zou zijn, zou hij onder het niveau van 1995 gebleven zijn en dus geen veiligheidsrisico opgeleverd hebben.
Broeikaseffect is (nog) niet aan te wijzen als oorzaak extreme regenval
Na de overstromingen in Midden-Europa werd het broeikaseffect al snel als schuldige gezien. Zo simpel is het echter niet. Dit soort extremen is zo zeldzaam dat er nog geen verband is aan te tonen.
Weer en water in de 21e eeuw – een samenvatting van het derde IPCC rapport voor het Nederlandse waterbeheer (folder)
De geprojecteerde klimaatverandering zoals voorzien door het IPCC en zijn gevolgen voor het waterbeheer wordt uiteengezet.
De NW4 (Vierde Nota Waterbeheer) scenario's voor impactstudies in Nederland uit 1997 zijn aangescherpt in verband met de nadere specificaties vanuit de hoek van het waterbeheer. Deze scenario's hebben, tezamen met hun in het Engels geschreven update uit 2001, hebben tot 2006 de standaard gevormd voor impact studie in Nederland, waarna ze mede onder invloed van het verschijnen van het IPPC Fourth Assessment Report (4AR) werden vervangen door nieuwe scenario's.
Subjectieve weerervaringen en verhalen over vroeger zeggen maar weinig over werkelijke klimaatveranderingen.
S. Rozendaal beweert in zijn verslag dat het KNMI zijn standpunt over het klimaat om opportunistische redenen heeft herzien. Als je de klimaatrapportages naast elkaar zet, dan zie je dat daar geen sprake van is.
Verleden trends en schommelingen van het Nederlandse en mondiale klimaat van de afgelopen eeuw worden grafisch getoond en besproken. Daarnaast wordt achtergrondinformatie gegeven over El Niño en over de Noord-Atlantische Oscillatie.
De afgelopen paar jaar heeft het KNMI ondferzoek gedaan om El Niño's uit de negentiende eeuw te reconstrueren. Ondanks diverse voetangels en klemmen bleek het toch mogelijk om op basis van objectieve gegevens de bestaande El Niño-reeks van 130 jaar met zo'n dertig jaar te verlengen. Hiermee is belangrijk achtergrondmateriaal beschikbaar gekomen voor het onderzoek naar klimaatvariabiliteit en broeikaseffect.
In samenwerking met het Rijksarchief heeft het KNMI onderzoek gedaan om El Niño's uit de 19e eeuw te reconstrueren. Het bleek mogelijk op basis van objectieve gegevens de bestaande El Niño-reeks van 130 met zo'n 30 jaar te verlengen. Dit succes betekent een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar klimaatverandering en het broeikaseffect.
Klimaatverandering en bodemdaling: gevolgen voor de waterhuishouding in Nederland
Ten behoeve van de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) zijn de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling op de waterhuishouding geïnventariseerd.
Meteorologie ten behoeve van de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4)
Een kwantitatieve vertaalslag is gemaakt van de globale IPCC Second Assessment Report (SAR) scenario's naar de situatie in Nederland. Aansluitend op de behoefte van effectenstudies is tevens een vertaalslag gemaakt van de scenario's betreffende gemiddelden naar scenario's betreffende extreme gebeurtenissen. Deze scenario's hebben tot 2000 de standaard gevormd voor impactstudies in Nederland, waarna ze in 2000/01 zijn aangescherpt, eerst in verband met specificaties vanuit de impactwereld en toen in verband met het verschijnen van het Third Assessment Report (TAR) van het IPCC.
NB: de bladzijden die blanco zijn (blz 2-4-30-32-34) zijn niet opgenomen in de pdf.
Een overzicht wordt gegeven van de oorzaken van klimaatverandering door het broeikaseffect en van het effect ervan op de waterhuishouding.
De toestand van het klimaat in Nederland 1996
KNMI uitgave (1996)
link: Click here
Trends en schommelingen in diverse facetten van het Nederlandse en mondiale klimaat van de afgelopen eeuw worden grafisch getoond en geanalyseerd. Daarnaast wordt een klimaatscenario voor de komende eeuw gepresenteerd.
De basispeilen langs de Nederlandse kust: statistisch onderzoek. Deel 2 - bijlagen
Met verschillende statistische methoden is berekend hoe hoog de dijken moeten zijn willen die een eens per 10.000 jaar storm kan doorstaan. Dit is uitgevoerd voor Vlissingen, Hoek van Holland, Den Helder, Harlingen en Delfzijl. Deel 1 van het rapport beschrijft de methodieken en uitkomsten; Deel 2 toont de grafieken en tabellen.
De basispeilen langs de Nederlandse kust: statistisch onderzoek. Deel 1 - tekst
Met verschillende statistische methoden is berekend hoe hoog de dijken moeten zijn willen die een eens per 10.000 jaar storm kan doorstaan. Dit is uitgevoerd voor Vlissingen, Hoek van Holland, Den Helder, Harlingen en Delfzijl. Deel 1 van het rapport beschrijft de methodieken en uitkomsten (eindresultaat in Hfd 7, blz 86); Deel 2 toont de grafieken en tabellen.
Aanhoudend warm (boek)
Thieme Baarn, ISBN 90-5210-081-0 (1990)
[no PDF available]
Zeespiegelstijging, het ozongat, klimaatschommelingen, het broeikaseffect, klimaat en samenleving, en het doen van klimaatvoorspellingen worden uitgelegd.
Het weer in Nederland (boek)
Thieme Zutphen, ISBN 90-03-97685-6 (1983)
[no PDF available]
Het weer en klimaat van Nederland wordt uiteengezet aan de hand van grafisch materiaal. Achtereenvolgens: het klimaat van vroeger, circulatie, ons zeeklimaat, de weerelementen van Nederland en de kansen op bepaald weer, extremen en de invloed van het weer op de samenleving.